Optrekkend vocht

Optrekkend vocht ontstaat door capillair transport van water. Hoe talrijker en hoe dunner de capillairen in de bouwstof zijn, hoe groter de wateropname en hoe hoger het water stijgt. 

Gevolg:

  • Muren met vochtvlekken en uitbloeiing.
  • De verflagen schilferen af, het behangpapier komt los en er ontstaat schimmel.
  • De voegen verzanden, afwerklagen worden aangetast, ingemetselde elementen zoals kozijnen verweren.
  • Door het vochttransport worden vooral sulfaatzouten afgezet tussen het metselwerk en de stuklagen, die door het uitkristalliserend vermogen voor schade zorgen aan de stuklagen.
  • Er heerst een zeer ongezond leefmilieu door een hogere relatieve luchtvochtigheid (RV) en schimmelvorming met een beduidend lagere warmte-isolatie. 

 

Materialen en technieken

Het droogmaken van muren gebeurt door een ondoordringbaar scherm te vormen onderaan de muur. Het vocht dat nog boven het scherm zit verdampt en de muur droogt volledig op. Dit scherm wordt gevormd door een injectieproduct op basis van een prepolymeer van silicium een organometaal en een blokkeringshars. Na verdamping van het oplosmiddel polymeriseert het product onder invloed van het nog aanwezige vocht tot poly-organo-siloxanen. 

De uitvoering

Verwijderen van de bepleistering tot op 30 cm boven de aangetaste zone tot op de metselsteen. Hierdoor wordt de verdamping bevorderd. Ongeveer 5 à 10 cm boven de vloerniveau worden er gaten geboord tot op een diepte van de muurdikte - 5 cm, met een tussenafstand van ca. 10 cm. In deze boorgaten wordt met behulp van injectiepackers de vloeistof onder lage druk, ± 2 - 4 atm., ingespoten tot verzadiging. De nodige druk in afhankelijk van de porositeit en het zuigvermogen van de ondergrond. Het injecteren wordt om controle redenen bij voorkeur langs de binnenzijde uitgevoerd.

Wanneer de vloeistofkringen aan de oppervlakte komen en elkaar ononderbroken verbinden, is het injecteren beëindigd. Afhankelijk van de porositeit heeft men een verbruik van 1,5 à 2 liter per meter en per 10 cm muurdikte nodig. De gaten worden zorgvuldig opgevuld met mortel. Tijdens de werken moet er voldoende ventilatie zijn.

In de afgehakte zone waar zich nog de nodige sulfaatzouten bevinden wordt een dunne zout-en sulfaatneutraliserende mortellaag van ca. 3 mm. aangebracht en indien nodig nog een minerale afwijzende mortellaag van ca. 1 cm.